Peter Storm van Leeuwen merkt in een e-mail van 21 juni 2009 over de stempels Tjilatjap S1-6 het onderstaande op:

 

Beste ZWP-vrienden,

 

De vragen over de stempels Tjilatjap S1-6, in het bijzonder waar de S voor staat en de locatie van deze (bijpost?) kantoren, duiken regelmatig op. Nu al kan ik het voorlopige antwoord verklappen: wij weten het niet en kunnen alleen maar speculeren.

 

Gedurende de lange voorbereiding van mijn Poststempelcatalogus (1995) heb ik in alle beschikbare bronnen gezocht, tevergeefs. Bronnen als jaarverslagen heb ik woord voor woord gespeld. Ongetwijfeld zal ook Paul Bulterman naar deze eigenaardige kantoren op onderzoek zijn geweest voor de samenstelling van zijn standaardwerk (1981). Sedert de publicatie van beide werken zijn meerdere afstempelingen op zowel losse zegels als poststukken bekend geworden. Ik meen dat alleen S4 nog niet is gevonden. Het bekende gebruik is van 1942 t/m 1949 (is er een gemeld uit 1941?), zowel in de Nederlandse voor- en naoorlogse tijd, als ten tijde van de Japanse bezetting en gedurende de Republikeinse periode. Een overzichtje van welke nummers met welke data is nuttig.

 

Het is erg verleidelijk om te menen dat de S staat voor Strafkamp. Immers, op Noesa Kambangan bevonden zich gevangenissen, sterker nog, worden de gevangenissen tot op heden nog als gevangenis gebruikt. Is een gevangenis synoniem met strafkamp? Ik heb een poststuk gezien met als afzender een gevangene. Maar Van Dieten heeft in de laatste jaren enkele exemplaren geveild met andere adressen. Zie bv. eens kavel 5275 uit veiling 608 (jan. 2008). De afzender van deze Tjilatjap / S1 van 17-1-1948 is "Basis Commando, Tjilatjap, Veldpostsorteerkantoor". Een dergelijke afzender doet niet direct denken aan een strafkamp, het is militair.

 

In de vooroorlogse beschikbare bronnen is niets te vinden over de oprichting en locatie van deze kantoren van Tjilatjap. De eerste (en enige?) naoorlogse lijst is de "Lijst van Postinrichtingen in Nederlandsch-Indië" van augustus 1948. Ik heb daarvan een kopie met pen aangebrachte aanvullingen (Nederlandsch-Indië is doorgehaald en daarboven is geschreven INDONESIE). Geen Tjilatjap S1-6. In de Indonesische PTT-gidsen uit 1953 en 1956 staan deze kantoren ook niet vermeld. Verder beschik ik ook nog over een drietal authentieke documenten uit de Japanse bezetting waarin overzichten worden gegeven van te (her)openen kantoren op Java en Madoera (per 1-10-2604 en 1-12-2604. Geen vermelding van onze mysterieuze Tjilatjaps, maar deze waren mogelijk al enige weken na 8 maart 1942 weer geopend.

 

Kortom, we zoeken nog steeds naar die ene bron, die ons zekerheid moet geven. Voorlopig (en ik vrees voorgoed) moeten we het met speculaties doen.

 

Wie heeft bewezen wat de oplossing is, krijgt van mij een prachtige fles bordeaux.

 

Vriendelijke groeten,

 

Peter Storm van Leeuwen

 

 

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Maarten H. Severijn
Verzonden: zondag 21 juni 2009 9:56
Aan: Leden Studiegroep ZWP
Onderwerp: Achtergrond van de Tjilatjap S1 t/m S5 stempels - wie helpt door zich hier in te verdiepen?

LS

Men kan met Google zoeken op de begrippen Tjilatjap Gevangenis Strafkamp enz.

En men vindt dan tientallen sites waarop er iets over te vinden is. De vraag is:

 

1. waar slaat die S op?    en

2. waar bevonden deze "bijkantoren" zich?

 

Vriendelijke groeten Maarten Severijn   
 

----- Original Message -----

From: Ir M.F. Hartkamp

To: 'Maarten H. Severijn'

Sent: Sunday, June 21, 2009 12:30 AM

Subject: Gliger

 

Ha Maarten,

 

Op een kaart uit 1935 staat recht tegenover Tjilatjap op het eiland Noesa Kambangan het dorp Gliger aangegeven, een dorp met (in 1935) minder dan 20.000 inwoners

Even ten oosten daarvan, nog steeds op Noesa Kambangan, ligt het dorp Karangbolong, gelegen op de landtong Oedjoeng Karangbolong.

 

Het is zeker niet onwaarschijnlijk dat bij deze dorpen ergens een IJsfabriek heeft gestaan waarvan de weg er naar toe nog onder het postresort Tjilatjap viel.

 

In het aan jou eerder gestuurde stuk is sprake van vier strafkampen, zouden er misschien ook vijf op dat moment in gebruik geweest kunnen zijn, of waren er vijf in gebruik met stempels S1 t/m S5 maar was er 1 al weer gesloten in 1949. Al deze verhalen worden meestal uit het geheugen geput, waardoor er vaak onjuistheden insluipen.

 

Hieronder een recente kaart van Nusa Kambangan :

 

 

There are nine prisons built in the island, four of which are still used:

There are also five inactive prisons:

All of these were built by Dutch, except Kembangkuning prison, which was built after independence. Of these, Batu prison is considered the most famous.

Het is lastig om de naam van de geadresseerde en afzender(s) te lezen, iets van Kroh en Kroh-Steffen

Ik denk toch dat, gegeven het bovenstaande, er hier sprake is van een “Strafkamp stempel”

Maar 100% bewijs is er nog niet!

Vriendelijke groet

Maarten Hartkamp

 

Beste Maarten,

 

Kijk, toch een strafkamp in 1949 bij Tjilatjap

Noesa Kambangan is een schiereiland, een ijsfabriek bij een dorpje is niet waarschijnlijk hier maar ook niet helemaal onmogelijk

Hoe zou die asfaltweg met veel gaten langs de noordkant van het schiereiland hebben geheten? Wie weet wel IJsfabriekweg!

 

Het blijft natuurlijk gissen, heb jij de afzender(s) van brieven met het S2 stempel?

 

Groet

 

Maarten

 

 

Vanuit de oliehaven Cilacap kun je het zien liggen: een langwerpig eiland dat parallel loopt aan dit stuk van Java's zuidkust. Nusa Kambangan (Drijvend Eiland) heet het en die naam heeft een omineuze klank. Met vier inrichtingen voor langgestraften is dit het Alcatraz van Indonesië. Hier zuchtten ooit nationalisten die het Nederlandse koloniale gezag niet erkenden. Nu zitten er separatisten uit Atjeh, drugshandelaren en ter dood veroordeelde terroristen. De beroemdste gevangene is Hutomo (`Tommy') Mandala Putra, de jongste zoon van oud-president Soeharto.

's Morgens om half zeven verschijnt Nasip Rosiwan, hoofd beveiliging, bij de veerboot. Hij woont in Cilacap en laat zich dagelijks overzetten. Voor een bezoek aan Nusa Kambangan gelden voorwaarden: een bijdrage in de brandstofkosten en begeleiding door een bewaarder. Van een interview met Tommy kan geen sprake zijn.

De overtocht duurt een kwartier. Op de steiger wacht een man in een donkerbruin uniform, die zich voorstelt als Sigit. We nemen een asfaltweg met veel gaten langs de noordkust van het eiland. Anders dan Alcatraz is Nusa Kambangan geen kale rots in zee. Het is 210 vierkante kilometer groot en overdekt met bos, waarin panters, wilde varkens, apen en herten huizen. Aan de westelijke punt van het eiland ligt een brede strook mangrove. Dat alles is op Java allang verdwenen. "Ontsnappen", zegt Sigit, "kan alleen per boot. Een enkeling lukt dat, maar de meesten kunnen zich niet handhaven in het bos en melden zich op den duur bij patrouillerend personeel."

Sigit is al negentien jaar bewaarder. Hij is geboren op Nusa Kambangan als zoon van een oud-gevangene. Zijn vader werd hier in 1947 vastgezet door de Nederlanders. Sigit: "Mijn moeder wilde niet dat vader na de onafhankelijkheid weer in het leger ging en hij werd bewaarder op Nusa Kambangan. Ik ben hier opgegroeid."